Uit de euro, en dan?
Rudo de Ruijter,
Onafhankelijk onderzoeker,
Nederland
De euro is een zeer praktische munt,
maar maakt miljoenen slachtoffers. Dit artikel bevat een
eenvoudige uitleg waarom de euro niet kan werken en toont de
voordelen van een overgang naar staatsgeld.
- Nee, de Europese samenwerking stopt
niet zonder euro!
- En ja, met staatsgeld zijn we veel
beter af!
De euro heeft een onoplosbaar
probleem. De landen die nu ernstig in de schulden zitten,
zullen, als ze er in slagen deze terug te brengen door
bezuinigingen, voorspelbaar weer in de schulden belanden.
Dit komt omdat deze landen het
slachtoffer zijn van een fundamenteel mankement in de euro.
Nog vóór de euro begon, hebben economen gewaarschuwd, dat
een gezamenlijke munt alleen kan werken, wanneer alle
deelnemende landen economisch homogeen zijn.
[1] [2] [3]
Momenteel is er niets dat Griekse
consumenten ervan kan weerhouden de voorkeur te geven aan
goedkopere en betere producten uit Duitsland. En wanneer
Griekenland meer importeert dan exporteert, stijgen haar
schulden. Hetzelfde geldt voor alle minder productieve
landen in de eurozone. Ze kunnen bezuinigen zoveel als ze
willen en alle infrastructuren privatiseren, maar de
volgende schuldencrisis zal nooit ver weg zijn!
Hier is waarom. Wanneer consumenten in
minder productieve landen de voorkeur geven aan goedkopere
en betere importproducten, zal de buitenlandse schuld
stijgen, terwijl de productiviteit van het land
verslechtert. Wanneer een land zijn eigen munt heeft, kan
het deze devalueren. Dat maakt geïmporteerde goederen
duurder en de producten van het land zelf goedkoper op de
export markten. De schuld zal afnemen en de productiviteit
weer toenemen. Devaluaties waren heel gewoon voordat de euro
begon.
Met de euro zijn devaluaties niet meer
mogelijk en de landen komen vast te zitten in de schulden.
Maar wanneer landen tekenen om deel uit te maken van de
eurozone, verplichten ze zich ook hun staatsschuld te
verminderen tot onder de 60% van hun Bruto Binnenlands
Product (BBP) en de budgettekorten moeten onder de 3% van
hun BBP blijven. Wanneer ze deze limieten overschrijden,
zullen de andere landen dit als een gevaar voor de
stabiliteit va de euro beschouwen. Deze andere landen zullen
sancties opleggen om de in de schulden geraakte regering te
dwingen adequate maatregelen te nemen (alsof er een duurzame
oplossing zou bestaan) en als dat niet werkt, zullen de
andere landen leningen verstrekken (die, zij opgemerkt, de
buitenlandse schuld doen toenemen!), vergezeld van zware
voorwaarden, zoals steeds meer bezuinigingen – ontslag van
ambtenaren, snijden in onderwijs, cultuur, sociale zaken,
gezondheid, leger etc. – en verplichtingen om
overheidsbezittingen, openbare infrastructuur en
overheidsdiensten te verkopen! (Wees op je hoede, wanneer
je politici van rijkere landen hoort zeggen dat ze de
zwakkere landen gaan helpen!)
Het is geen toeval dat Griekenland,
Spanje en Ierland momenteel het zwaarst getroffen zijn.
Economisch kunnen deze landen niet vergeleken worden met
landen zoals Duitsland. Zodra een crisis de eurozone raakt
wordt onmiddellijk duidelijk dat het geen homogene zone is;
er zijn sterke en zwakke landen. Europa heeft zeer
verschillende landen met zeer verschillende economieën met
zeer verschillend potentieel voor productiviteit.
In feite is het onmogelijk om een
gezamenlijke munt te voeren in zo’n heterogene zone als
de 23 landen van de eurozone. Ondanks de waarschuwingen van
economen hebben politici de gezamenlijke munt doorgedrukt.
Voor de voorstanders was het slechts een kwestie van regels
verzinnen en landen te overtuigen akkoorden te tekenen, dat
ze zich aan deze afspraken zouden houden. Welnu, je kunt
handtekeningen zetten op papier, maar dat maakt het
onmogelijke niet mogelijk. Vandaag kunnen 20 van de 27
EU-landen niet aan de gestelde budgetregels voldoen.
[4]

De verschillen in productiviteit zijn
niet slechts tijdelijk. Intrinsieke verschillen zijn
gerelateerd aan het plaatselijke klimaat, de geografische
situatie, de vruchtbaarheid van de bodem, de beschikbaarheid
van water en energie, de afstanden die overbrugd moeten
worden, de transportmoeilijkheden en alle andere
onveranderlijke zaken. Deze bepalen in hoge mate het falen
of slagen van economische activiteit. Elk land heeft zijn
eigen typische economie ontwikkeld, het ene wat meer
steunend op zijn agrarische productie, het andere op zware
industrie, weer een andere op handel en zeetransport etc.,
wat betekent dat “één financiële politiek voor allen”
nooit voor alle landen geschikt kan zijn.
Dollar voorbeeld?
Vaak wordt de VS. genoemd als een
voorbeeld van een “succes” van een gezamenlijke munt zone.
Een cruciaal verschil is dat ze in de VS allemaal dezelfde
taal spreken en zodoende kunnen mensen veel makkelijker
verhuizen naar plaatsen waar succesvolle economische
activiteiten plaats vinden. In Europa is de internationale
arbeidsmobiliteit tamelijk beperkt, niet alleen door de
taalbarrières, maar ook omdat we oude landen hebben met
mensen, die geworteld zijn in hun tradities en culturen.
Dit gezegd hebbende is het zeer de vraag
of we de dollar een succes kunnen noemen van een
gezamenlijke munt zone.
[5]
Sinds 1973 heeft de VS veel meer geïmporteerd dan
geëxporteerd en met een spiralerende en onbeheersbare schuld
leeft het als een parasiet, die teert op bijna alle landen
ter wereld. Het is eerder een bewijs, dat een gezamenlijke
munt in een heterogene zone niet mogelijk is zonder een
massale uitbuiting van andere landen.
Uit de euro?
Begrijpen, dat de euro niet kan werken is
één. Het volgende is nog belangrijker. Ik zal aantonen, dat
simpelweg terug gaan naar onze voorgaande munten een zeer
slechte oplossing zou zijn. Zeker, we zullen weer
nationale munten nodig hebben, maar als we de fouten uit het
verleden willen voorkomen, dan hebben we geld nodig, dat
door de overheid wordt uitgegeven. (Wat trouwens is,
zoals de meeste mensen denken dat het nu is.)
Om te begrijpen waarom staatsgeld zo
belangrijk is, moeten we begrijpen wat geld is en hoe het
werkt. Het huidige geld wordt niet in omloop gebracht, noch
beheerd door de regering. In plaats daarvan – en voor de
meeste mensen kan dat ongelofelijk schijnen – is bijna al
het geld dat vandaag bestaat heimelijk (en bedrieglijk) door
commerciële banken in omloop gebracht. In feite heb je geen
geld op je bankrekening staan, maar alleen getalletjes. Deze
getalletjes zijn een “illusie van geld”. Op je bankafschrift
staat hoeveel je van de bankier tegoed hebt, maar dat geld
bestaat niet, op een greintje na dan. Natuurlijk, zolang je
met dit nepgeld kunt betalen, kan het je niets schelen.
[6]
Niettemin, zoals ik hieronder zal
aantonen, is het dit bedrog in het banksysteem, dat een
altijd uitdijende geldmassa mogelijk maakt, die een gevaar
vormt voor onze samenleving. Bankiers hebben alle valuta in
de wereld gecorrumpeerd met hun heimelijke boekhoudtrucjes.
De euro is geen uitzondering.

Het geheim van
geld
Tegenwoordig is minder dan 5% van al het
geld echt geld in de vorm van bankbiljetten en
munten. De rest is kunstmatig gecreëerd door de banken en
bestaat uitsluitend als getallen op bankrekeningen. Wanneer
je geld leent van de bank, leent de bankier je geen bestaand
geld. In plaats daarvan creëert hij een nieuw bedrag door
getalletjes op je bankrekening in te typen. Vervolgens
betaal je rente over dit nieuwe geld. Dat gaat vaak om
flinke bedragen. Gewoonlijk betaalt iemand die zijn huis in
20 of 30 jaar afbetaalt ongeveer evenveel rente als
aflossing. In feite betaalt hij twee huizen. Eén voor
zichzelf en één voor de bankier!
[7]
Op het moment dat iemand een huis koopt,
wordt het geld van de lening overgeboekt naar de verkoper.
De verkoper zal dit geld weer aan andere zaken besteden. Zo
begint het geld van de lening door de maatschappij te
circuleren. Al het geld in de maatschappij is
begonnen als lening. Elke bankier int rente over het geld
dat hij gecreëerd heeft en alle bankiers samen innen rente
over al het geld dat bestaat. Als je geld in je zak hebt of
op je bankrekening, dan is er ergens iemand die daarover
rente betaalt aan een bankier. Wanneer iemand zijn schuld
aan de bankier terug betaalt, wordt het geld dat “ingetypt”
werd weer “uitgetypt”. Het bestaat dan niet meer.
Al het geld is dus tijdelijk. Het totale
geldbedrag in de maatschappij bestaat uit datgene wat nog
terugbetaald moet worden van alle leningen uit het verleden.
Dit betekent, dat het totale geldbedrag in de maatschappij
een toevallig bedrag is. Het heeft niets te maken met de
behoefte van de maatschappij voor de normale uitwisseling
van goederen en diensten.
Eeuwige inflatie
Erger nog, banken verstrekken aldoor meer
leningen en creëren zo steeds meer geld. Wanneer meer geld
gebruikt wordt om eenzelfde volume goederen en diensten te
kopen, wordt elke geldeenheid minder waard en stijgen de
prijzen. Dit is de welbekende inflatie.
[8]
De orkestleider van deze inflatie is de centrale bankier.
Door zijn rentevoet te verlagen geeft hij de banken het
signaal, dat ze het verstrekken van leningen moeten
versnellen (bij lagere rente zullen de mensen makkelijker en
meer lenen) en, omgekeerd, door zijn rentevoet te verhogen,
zal de toename van de geldmassa langzamer gaan.
Bankiers hebben inflatie nodig
Bankiers hebben inflatie nodig.
[9]
Wanneer de geldtoevoer groter wordt, wordt het voor leners
makkelijker om het bedrag te verdienen dat ze nodig hebben
voor de betaling van hun schuld. Dit is een voordeel voor de
leners, maar ook voor de bankiers. Het garandeert minder
wanbetalingen.
Het feit, dat de hoofdsom van de lening
minder waard is op het moment dat de lener deze
terugbetaalt, schaadt de bankier niet. De bedragen die voor
de hoofdsom terugbetaald worden blijven immers niet bestaan.
Herinner je, dat de bankier het bedrag creëerde door het op
een rekening in te typen en op het moment dat het
terugbetaald zal hij het weer “uit” typen.
Voor de rente is het een ander verhaal.
De rente maakte geen deel uit van het geld, dat de bankier
voor de lening gecreëerd heeft en verdwijnt ook niet wanneer
die betaald wordt. Het is de winst van de bankier!
Inderdaad, door de inflatie worden die rentebetalingen ook
minder waard. Maar heb geen medelijden met de bankier. Je
mag er zeker van zijn, dat hij dit voorzien heeft en op
voorhand zijn rentevoet al iets verhoogd heeft.

Geen mogelijkheid
voor een duurzame maatschappij
Inflatie heeft nog een ander
belangrijk aspect. Als je niet wilt verarmen, zul je steeds
harder moeten werken om het waardeverlies van je geld te
compenseren. Dat is de reden waarom inflatie steeds
toenemende economische activiteit veroorzaakt. Anders
gezegd, met een inflationair banksysteem zal het nooit
mogelijk zijn een duurzame en evenwichtige samenleving te
bereiken.
Financiële macht
De steeds groeiende geldvoorraad creëert
een situatie waarin alles koopbaar wordt, zelfs de staat. In
veel landen hebben groepen financiers al openbare diensten
overgenomen om ze te veranderen in een gestage stroom
winsten: gas-, elektriciteit- en watervoorziening, openbaar
vervoer, posterijen, telefoon en politietaken,
gevangenissen, volksgezondheid, vuilnisophaaldiensten etc.
Dit is een doorgaand proces. De bankiers en de financiële
elite nemen steeds meer investeringsbeslissingen die onze
maatschappij vormen en de overheid steeds minder.
Dit heeft consequenties. Geld en winst
bepalen nu wat “goed” is voor onze maatschappij. Maar dat is
niet alles. Omdat de overheid steeds minder diensten aan
haar burgers verleent, zal het zijn erkenning als
natuurlijke autoriteit verliezen. In plaats van een
institutie die zorg draagt voor haar bevolking, is de
overheid een skelet aan het worden, die steeds meer
onderdrukking nodig heeft om kortzichtige en korte termijn
besluiten te doen respecteren. In plaats van garant te staan
voor individuele vrijheid, staat de overheid nu toe, en
moedigt zelfs aan, dat alle burgers onder toezicht gesteld
worden door zowel staats- als privé-organisaties met
duizenden camera’s, die verbonden zijn met onderling
gekoppelde databases. De KGB was een kleuterschool
vergeleken met het snel uitbreidende elektronische toezicht
van nu.
De euro
De euro is een valuta die van de Europese
Centrale bank (ECB) in Frankfurt is.
[10]
De ECB is eigendom van de centrale banken van de deelnemende
landen.
[11] Ondanks namen die lijken op
die van overheidsinstellingen (Deutsche Bundesbank*, Banque
de France, etc.), zijn ze allemaal onafhankelijk van
de regering en de meeste worden door een private raad
geleid.
[12] (* gecorrigeerd 7 januari 2011)
Ondanks zijn privé-karakter is de ECB een
officieel orgaan van de Europese Unie. Dank zij artikel 7
van het Europese Systeem van Centrale Banken (ESCB) en
artikel 107 van het Verdrag van Maastricht, geniet de ECB
totale onafhankelijkheid.
[13]
Merk op, dat deze onafhankelijkheid niet
voortkomt uit enige logische of organisatorische noodzaak,
maar geheel ontsproten is aan het geloof, dat alleen
onafhankelijke centrale bankiers het geldsysteem goed kunnen
beheren. Wel, als we dit geloof nu niet aan de kaak stellen,
wanneer dan wel?
[14]
De Europese regering
In 1957 ging de Europese Economische Gemeenschap (EEG) van start. Van
begins af aan ontbrak het aan democratisch bestuur: Het
parlement had slechts een adviserende rol. De doelstellingen
van de EEG waren economische en politieke samenwerking
tussen Frankrijk, Duitsland, Italië, België, Nederland en
Luxemburg.
In 1967 vond een machtsconcentratie
plaats toen de EEG, de Euratom en de Europese Kolen en Staal
Unie opgingen in de Europese Gemeenschappen (EG). Ook werden de veto-rechten van de
individuele landen op veel gebieden ingeperkt. Toen dit
klaar was stapten de bankiers binnen. In 1970 schetste
Pierre Werner, een invloedrijke bankier uit Luxemburg
[15]
, de plannen voor een gezamenlijke munt.
Bretton Woods
Pierre Werner was één van de deelnemers
aan de Bretton Woods Conference in 1944, die zeer sterk
overheerst werd door de agressieve geest van de Tweede
Wereldoorlog. In deze conferentie werden de principes
besloten voor de wereldfinanciën en de wereldhandel. Landen
moesten voortaan hun valuta afstemmen op de dollar en hun
wisselkoers stabiel houden. Dat was gunstig voor de
internationale handel en financiën. In feite, wat dit
principe tot uiting brengt, is dat het gemak voor de
internationale handel en financiën belangrijker is dan de
mogelijkheid van landen zich aan te passen aan de
veranderende internationale omgeving. Verder werd de VS door
deze overeenkomst feitelijk tot “meester van de wereld”
verklaard, daar alle landen hun valuta aan de dollar moesten
aanpassen, terwijl de VS kon doen wat ze wilde.
Op dezelfde conferentie werd het
Internationale Monetaire Fonds (IMF) opgericht, als ook de
voorlopers van de Wereldbank en de Wereld Handels
Organisatie. De heren in Bretton Woods waren zich terdege
bewust, dat de zwakkere landen zouden lijden onder hun
plannen. Het IMF, en later ook de Wereldbank kregen de rol
deze landen van kredieten te voorzien. Die gingen gepaard
met voorwaarden, zoals besparingen, met onder andere
gevolgen voor onderwijs en volksgezondheid. In de praktijk
bedolven het IMF en de Wereldbank de ontwikkelingslanden met
leningen. Die schulden waren zo hoog, dat ze niet eens de
rente konden betalen, laat staan de aflossingen. En wanneer
een land eenmaal in een uitzichtloze positie zat, werd het
gedwongen alles te verkopen wat het had (vooral ertsen en
olie), meestal aan bedrijven uit de VS.
[16]
Buitenlandse leningen
Ofschoon aan de medewerkers van de
Wereldbank anders onderwezen werd, zijn buitenlandse
leningen de slechtste manier om landen in moeilijkheden te
“helpen”. Het enige dat ze met buitenlands geld kunnen doen
is goederen in het buitenland kopen en verder in de schulden
raken.
[17]
Alleen wanneer een land een machine of
iets anders echt nodig heeft en het zelf niet kan maken, en
wanneer de leverancier de valuta van het land weigert, is
een buitenlandse lening gerechtvaardigd.
Vrije beweging van kapitaal
En wat zou Euroland voor de bankiers
betekenen? De bankiers zouden een belangrijke bron van
inkomsten verliezen: de provisie op het wisselen van de vele
nationale valuta’s. Maar ze wonnen een veel grotere bron van
inkomsten: de vrije beweging van kapitaal. Dit was een
voorwaarde voor een gezamenlijke munt. Hierdoor konden de
bankiers makkelijk leningen verstrekken op elke locatie waar
winsten gemaakt konden worden.
De woningbouw-boom in Zuid-Europa
Internationaal hebben bankiers een aantal
regels voor zichzelf afgesproken, die beperkingen instellen
op het bedrag aan leningen dat ze mogen verstrekken in
verhouding tot hun kapitaal. De standaard is, dat ze
minimaal 8 euro kapitaal moeten hebben tegenover elke 100
euro aan uitstaande leningen in handel en industrie. Echter,
wanneer de leningen voor woningen zijn, mogen ze twee keer
zoveel uitlenen en dus twee keer zoveel rente innen.
[18]
Tot voor kort dachten bankiers dat huizenprijzen altijd
zouden stijgen en dat leningen voor huizen risicoloos waren.
Zo ontstond de woningbouw-boom in Spanje, Portugal, Ierland
en elders. Wat de bankiers vergaten is dat als er te weinig
economische activiteit is, de mensen hun kredieten voor de
huizen niet kunnen betalen. Maar om economische activiteit
te financieren, zoals handel en industrie, krijgen ze maar
half zoveel rente...
Help!
Griekenland ondervindt al wat het is om
Europese “vrienden” te hebben, die aan komen zetten met
leningen en tegelijkertijd enorme besparingen eisen in de
overheidsuitgaven. Deze vrienden hebben zoveel vertrouwen in
hun oplossing, dat ze de hondsdolle reddingshond IMF binnen
gehaald hebben om zijn aandeel te krijgen in de Griekse
tragedie.
[19]
Tussen haakjes, dat betekent dat de euro nu ”geassisteerd“
wordt door het IMF. Geinig, als het niet zo’n tragische
realiteit was.
Ierland, Portugal en Spanje zitten nu ook
in de moeilijkheden. Zolang ze binnen de euro blijven kunnen
ze hun valuta niet devalueren. De euro werkt nu als een
onzichtbare en opgelegde wisselkoers tussen landen. Die
landen hebben nu een dubbel probleem. In de eerste plaats
moeten ze hun schulden terug brengen tot het afgesproken
eurozone niveau en in de tweede plaats moeten ze nieuwe
schulden in de toekomst vermijden.
Het eerste probleem wordt in de regel
opgelost met keiharde maatregelen, zoals het snijden in
sociale en culturele uitgaven, in onderwijs en
gezondheidszorg, verder door het ontslaan van ambtenaren en
het privatiseren van publieke infrastructuur (zoals Spaanse
vlieghavens) en openbare diensten en tenslotte een stevige
belastingverhoging. Deze maatregelen zijn agressief en zeer
onrechtvaardig voor de gewone mensen, die niet
verantwoordelijk zijn voor deze tragedie. Veel mensen zullen
in armoede vervallen. Hebben ze een kans daar weer uit te
komen?
Kunnen dingen beter worden?
Om daar een idee van te krijgen, moeten
we naar het tweede probleem kijken. Hoe kun je voorkomen,
dat minder productieve landen opnieuw in de schulden
belanden? Nou, dat kun je niet. Er is geen enkele
manier om te verhinderen dat mensen van minder productieve
landen meer importeren dan exporteren. Het is zelfs logisch
te veronderstellen, dat ze de voorkeur zullen geven aan
goedkopere en betere artikelen uit productievere eurolanden.
Het is een fundamenteel mankement van een gezamenlijke munt
in een gezamenlijke markt met zeer heterogene economieën.
Naar mijn mening zijn de harde
maatregelen die deze landen nu treffen compleet zinloos,
als deze landen de euro niet verlaten.
Slechte oplossingen
Een slechte oplossing zou zijn om terug
te keren naar de situatie van vóór de euro en de bankiers
weer het geld te laten creëren en hen met een eindeloze
inflatie de valuta van het land weer op te laten blazen.
Sommige mensen denken, dat als de
bankiers geen geld meer zouden mogen maken door het
simpelweg op een rekening in te typen, de inflatie dan zou
stoppen. Het enige dat zou stoppen is het
vermenigvuldigingseffect van deze banktegoeden.
[20]
Het is waar, dat we dan echt geld op onze rekeningen zouden
hebben in plaats van lege getalletjes, maar zoals eerder
opgemerkt: bankiers hebben inflatie nodig. Dus ze zouden nog
steeds doorgaan met het verstrekken van steeds meer
leningen, maar in plaats van het geld uit hun duim te
zuigen, zouden ze het moeten lenen van de centrale bank. Die
kan eindeloos geld creëren. En natuurlijk zouden de bankiers
die extra kosten doorberekenen aan hun klanten. Leningen
zouden duurder worden, maar de eeuwige inflatie zou niet
stoppen.
Een andere slechte oplossing zou zijn te
kiezen voor een valuta, die door goud gedekt wordt. Ofschoon
dergelijke valuta in het verleden gebruikt zijn (in de VS
tot in 1971), heeft geld gebaseerd op goud veel nadelen.
Landen zonder goudmijnen zouden het goud moeten kopen (dat
wil zeggen goederen en diensten leveren aan de goudwinnende
landen) enkel en alleen om over een nationaal betaalmiddel
te beschikken. En telkens wanneer meer goud op de markt
komt, zouden ze verplicht zijn er meer van te kopen om te
voorkomen dat hun valuta onderuit gaat ten opzichte van
landen met een groeiende goudvoorraad. De goudmijnindustrie
zou in veel aspecten supranationale macht verkrijgen, zelfs
meer dan nu de Federal Reserve. Goud heeft geen stabiele
waarde. Zijn prijs kan beïnvloed worden door houders van
grote voorraden, zoals de goudmijnindustrie en de centrale
banken. Zelfs grote aantallen kleine kopers en verkopers,
wanneer ze handelen uit angst of hebzucht, kunnen de prijs
sterk beïnvloeden. Nog meer dan vandaag zou goud conflicten,
onderdrukking en oorlogen veroorzaken.
Elke soort dekking van geld door
handelswaar, of het nu goud, zilver of iets anders is, zal
een ernstige impact hebben op die valuta als ook op de prijs
van de gekozen handelswaar.
De staatsgeld-oplossing
De meeste mensen denken, dat geld van de
staat is. Dat is zoals het hoort te zijn. Geld zou van de
maatschappij moeten zijn en niet van de banken. Het is de
enige manier om een eerlijk geldsysteem te verkrijgen en
een regering die niet afhankelijk is van de banken.
Momenteel hebben we een heel duur
geldsysteem, met banken die elk jaar hun kapitaal met
gigantische winsten ophogen. De bankiers zullen u zeggen,
dat ze het kapitaal nodig hebben voor het geval ze verliezen
lijden. De verliezen zouden van het kapitaal worden
afgetrokken. Wel, objectief bezien is hun kapitaal enorm
groot, maar tegelijkertijd dekt het maar een piepklein
percentage van hun uitstaande leningen. Wanneer de verliezen
te groot zijn, is het kapitaal verdwenen. Maar wanneer we
zorgvuldiger naar de internationale afspraken tussen
bankiers kijken, kunnen ze hun verplichte kapitaal in het
geheel niet gebruiken voor het opvangen van verliezen. Als
ze ook maar iets aan verliezen afboeken, staan er ongeveer
twintig keer zoveel leningen op hun balans die niet gedekt
worden door enig kapitaal. Dus wat we nu hebben zijn
bankiers, die in plaats van hun verliezen af te boeken,
eenvoudigweg tegen de minister van financiën zeggen dat ze
vers geld nodig hebben, omdat ze anders onvoldoende kapitaal
hebben!
- Staatsbank
Wel, we kunnen dit dure en bedrieglijke
systeem beëindigen door een staatsbank op te zetten, die als
enige bank in het land geld mag creëren. Deze zal al het
benodigde geld creëren voor de leningen in het land als ook
voor het voorschieten van overheidsuitgaven. Verder zouden
bankiers geen tegoeden meer mogen creëren die niet door echt
geld gedekt zijn. Als bankiers willen, dan mogen ze als
tussenpersoon optreden tussen de staatsbank en de bevolking
voor het verstrekken van leningen. Hier zouden ze provisie
voor krijgen, geen rente. Ook mogen ze de bankrekeningen
beheren in naam van de staatsbank. Op deze manier kan
iedereen z’n bankrekeningen gewoon behouden en afgezien van
de omschakeling op de nationale munt, zal er geen enkele
onderbreking zijn in het betalingverkeer. (En als de
bankiers niet willen samenwerken, dan zal de staat z’n eigen
loketten moeten creëren, bijvoorbeeld in belastingkantoren.)
Naast hun nieuwe functie als
tussenpersoon voor leningen van de staatsbank, zullen
bankiers nog wel (bestaand) geld mogen verzamelen om fondsen
te vormen die uitgeleend kunnen worden tegen rente. Omdat
dit bestaand geld is, zal het geen inflatie veroorzaken.
- Inflatie stop
Met deze hervorming beschikt de regering
over de middelen om de inflatie te beëindigen. Over de
middelen beschikken betekent niet, dat het moet. Het is
waarschijnlijker, dat regeringen de inflatie geleidelijk af
zullen remmen, wanneer stap voor stap de “hebzucht is
mooi”-filosofie omgebogen wordt in “zorg voor het milieu en
de toekomst”. En welke vorm dat ook aanneemt, we zullen niet
telkens harder hoeven te werken omdat de bankiers dat zo
graag willen.
- Geen staatsschuld meer
Als de regering het geld kan scheppen dat
we nodig hebben, kan de staatsschuld verdwijnen.
Staatsschuld ontstaat wanneer de overheid
geld uitgeeft voordat de overeenkomstige belastingen geheven
zijn. Nu betalen we heel veel aan rente op staatsobligaties,
die de staat uit moet geven om deze uitgaven te financieren.
Bankiers investeren graag in deze obligaties, omdat ze quasi
zonder risico rente opleveren. Dus, aan de ene kant moest de
overheid zich in de schulden steken om de bankiers te redden
en aan andere kant krijgen bankiers rente over deze schuld!
- Pensioen fondsen
Andere profijttrekkers van de rente op
staatschuld zijn de pensioenfondsen, die er een deel van hun
inkomen uit trekken. Onze gepensioneerden worden voor een
flink deel uit deze rente betaald, die op zijn beurt betaald
wordt door de belastingbetalers. Een ander gedeelte wordt
betaald uit de pensioenpremies van de werkende bevolking.
Dus achter de façade, dat mensen geld opzij zetten voor
wanneer ze oud zijn, komt het grootste gedeelte van het geld
dat onze gepensioneerden krijgen uit de premies en de
belastingen van de werkende bevolking.
Eigenlijk is dat tamelijk logisch. Als je
simpelweg geld zou opslaan en het tientallen jaren later
weer in omloop zou brengen, dan zou het op dat moment alleen
inflatie veroorzaken. Wat je kunt doen met het geld wanneer
je oud bent is sterk afhankelijk van de werkkrachten en de
productiviteit op dat moment.
Een ander deel van de inkomsten van onze
gepensioneerden komt uit buitenlandse beleggingen, of, om
het duidelijker te stellen, van de arbeid van mensen in het
buitenland. Ethisch is het iets zoals financieel
kolonialisme. Niets om trots op te zijn.
Daarom zou het veel logischer zijn een
pensioenfonds te hebben, dat beheerd wordt door de
staatsbank. Of, om het anders te zeggen, de werkende
bevolking moet gewoon accepteren, dat ze zorg moet dragen
voor de oudere bevolking. Burgers, die hun pensioenrechten
van hun privé-pensioenfondsen over willen hevelen naar het
staatspensioenfonds, zouden de vrijheid moeten hebben dit
te doen.
- Rente
Veel mensen vinden rente onethisch.
Echter, wanneer een deel van de renteopbrengst gebruikt
wordt om de verliezen op te vangen van leningen die niet
terugbetaald kunnen worden, en wanneer de rest naar de
algemene middelen van het land gaat, dan zie ik geen
bezwaren. Dit laatste deel zou de te heffen belastingen
verminderen.
De regering zou uitéénlopende rentevoeten
kunnen implementeren al naar gelang de sector en het type
investeringen die hij wil privilegeren. In plaats van domweg
één rentevoet aan te sturen, zoals centrale banken nu doen,
zou de regering de leningen en investeringen meer in de
noodzakelijke richtingen kunnen sturen.
Rente is ook een nuttig middel om leners
aan te zetten op tijd terug te betalen.
- Arm en rijk
Vandaag, bij het verstrekken van
leningen, eisen banken onderpand waar ze beslag op kunnen
leggen als de lener zijn schuld niet betaalt. Op deze manier
kunnen rijke mensen altijd makkelijker lenen en investeren
en dus makkelijker rijker worden. De groeiende kloof tussen
rijk en arm is een gevaar voor de samenleving. De staatsbank
heeft geen onderpand nodig. De leningen die hij verstrekt
kunnen vergeleken worden met een belastingschuld. Wanneer ze
niet terugbetaald worden kunnen ze op een vergelijkbare
manier afgehandeld worden. In principe zouden de armen net
zo makkelijk geld moeten kunnen lenen en investeren als de
rijken.
Zoals eerder uitgelegd, in een omgeving
zonder inflatie is het moeilijker leningen af te lossen. Dit
wordt echter gecompenseerd door het feit, dat rentevoeten
lager kunnen blijven, omdat we niet meer hoeven bij te
dragen aan de dure en nodeloze kapitalisatie van
privé-banken. Bovendien, indien nodig, kan via
belastingpolitiek verdere compensatie aan leners geboden
worden.
- Is uit de euro stappen duur?
Sommige politici proberen de mensen angst
aan te jagen en doen voor alsof uit de euro stappen heel erg
duur zou zijn en dat het de economische ontwikkeling jaren
achteruit zou zetten en zo verder en zo voort. Wel, om te
beginnen, landen stoppen niet met handelen omdat een land de
euro heeft verlaten en een nieuwe munt heeft. En als dat
land overstapt op staatsgeld, dan zijn de kosten
hoofdzakelijk organisatorisch en betrekkelijk miniem
vergeleken met de gewonnen voordelen.
Al het geld, dat benodigd is voor de
omschakeling, kan simpelweg uit het niets gecreëerd worden
door de staatsbank. Alle euro’s, die in het land in omloop
zijn, kunnen door de staatsbank opgekocht worden door de
emissie van nieuw geld. Deze euro’s kunnen opzij gezet
worden als strategische reserve of voor de betaling van
importen.
De regering zal alle essentiële
infrastructuren en openbare diensten terug kunnen kopen. Het
herbouwen van nationale ondernemingen uit de vele
gefragmenteerde energie-, post-, telefoon-, spoorweg- en
andere privé-ondernemingen zal zeker tot een veel
betrouwbaardere dienstverlening leiden. In deze essentiële
diensten zou kwaliteit en dienstverlening op de eerste
plaats moesten staan. Dat betekent geen retour naar stoffige
staatsbedrijven uit het verleden. Staatsbedrijven kunnen
modern en goed geleid worden, en, waarom niet, veel betere
diensten aanbieden dan welk privé, op winst jagend bedrijf
zou kunnen.
Ik zeg niet, dat al deze veranderingen
makkelijk zijn. Maar als we een duurzame maatschappij
willen, waarin democratie en vrijheid nog iets betekenen
wanneer onze kinderen en kleinkinderen groot zijn, dan is
dit de weg die we moeten inslaan.
- Overzicht
De hervorming, zoals ik die zie, kan
samengevat worden in het overzicht hieronder. Let s.v.p. op
de notities die eronder staan.

Notities en referenties:
[1] In
de wetenschappelijke studies over de “optimum currency
areas” kunnen we de studies onderscheiden die focussen op de
noodzakelijke condities en die van na 1970 (toen politici
besloten hadden dat ze een gezamenlijke munt wilden) die
meer focussen op kosten en baten.
Roman Horvath and Lubos Komarek in
“OPTIMUM CURRENCY AREA THEORY: AN APPROACH FOR THINKING
ABOUT MONETARY INTEGRATION” (2002)
“It is possible to distinguish two major
streams of the optimum currency area literature. The first
stream tries to find the crucial economic characteristics to
determine where the (illusionary) borders for exchange rates
should be drawn (1960s-1970s). The second stream (1970s-till
now) assumes that any single country fulfills completely the
requirements to make it an optimal member of a monetary
union. As a result, the second approach does not continue in
the search for characteristics, identified as important for
choosing the participants in an optimum currency area. This
literature focuses on studying the costs and the benefits to
a country intending to participate in a currency area.”
http://wrap.warwick.ac.uk/1539/1/WRAP_Horvath_twerp647.pdf
, page 7.
Friedman put forward the advantages of
flexible exchange rates between countries as follows: As it
is commonly observed, the country’s prices and wages are
relatively rigid and factors are immobile among the
countries. As a result, under the negative demand or supply
shock the only instrument to avoid higher inflation or
unemployment is the change in the flexible exchange rate
(that means appreciation or depreciation of the currency).
This brings the economy back to the initial external and
internal equilibrium. (...) Under the fixed exchange rate
regime there would always be the unpleasant impact on
unemployment or inflation.
http://wrap.warwick.ac.uk/1539/1/WRAP_Horvath_twerp647.pdf
, page 8.
[2] Yrd.
Doç. Dr. Hüseyin Mualla YÜCEOL, Mersin Üniversitesi İktisadi
ve İdari Bilimler Fakültesi, Maliye Bölümü, in “WHY THE
EUROPEAN UNION IS NOT AN OPTIMAL CURRENCY AREA: THE LIMITS
OF INTEGRATION”
Europe is not an optimal currency area.
Although, On January 1, 1999, 11 EU countries initiated an
EMU by adopting common currency, the euro, the EU does not
appear to satisfy all of the criteria for an optimum
currency area. Then, joining the EU is not identical with
joining the euro for both old members and new members.
http://eab.ege.edu.tr/pdf/6_2/C6-S2-M6.pdf , page 66
[3] Paul
de Grauwe, gedeelten van een speech:
“With up to twenty-seven members
instead of the present twelve, the challenge for ensuring a
smooth functioning of the enlarged Eurozone will be
daunting. The reason is that in such a large group the
probability of what economists call ‘asymmetric shocks’ will
increase significantly. This means that some countries may
experience a boom and inflationary pressures while others
experience deflationary forces. If too many asymmetric
shocks occur, the ECB will be paralyzed, not knowing whether
to increase or to reduce the interest rates. As a result,
member countries will often feel frustrated with the ECB
policies that do not (and cannot) take into account the
different economic conditions of the individual member
countries. This leads us to the question whether the
enlarged EMU will, in fact, be an optimal currency area.”
(...)
“If a country is hit by negative
shocks brought about by agglomeration effects, the wage cuts
necessary to deal with these shocks will inevitably be very
large. To give an example: If Ford Motor were to close down
a plant in Belgium and to invest in Poland instead, the wage
cut of Belgian workers that would convince Ford Motor not to
make this move would have to be 50% or more given that the
wage not feasible, then flexibility dictates that the
Belgian workers be willing to move.”
http://mostlyeconomics.wordpress.com/2010/06/21/were-europes-curent-problems-never-imagined/
[4] NRC
Handelsblad, 3 juni 2010
“De Europese Commissie heeft op dit
moment tegen 20 van de 27 EU-landen een procedure lopen
omdat deze landen de interne begrotingsregels van de
Europese Unie overschrijden.”
http://www.nrc.nl/economie/schuldencrisis/article2558281.ece/Ambtenaar_betaalt_bezuiniging
[5]
Julius Horvath in “Optimum currency area theory: A selective
review”
Ghosh and Wolf (1994), for example,
conclude the US is not an optimum currency area and
tentatively suggest separate currencies for different parts
of the United States.
http://www.bof.fi/NR/rdonlyres/5C4E3CE4-0386-4FDB-886B-C276040CD183/0/dp1503.pdf
, page 7
[6]
Hoewel het wel zo lijkt, kunnen we niet met nep geld betalen
en gebeurt dat ook niet. Met het minimale beetje echt geld
dat over is, slagen bankiers er in onze betalingsopdrachten
uit te voeren. Voor een versimpelde uitleg, zie “Debit,
credit, banco!”, item “Jongleren met betalingen”
http://www.courtfool.info/nl_Debet_credit_banco.htm
[7] Inflatie en rente variëren
enorm door de tijd heen. Zie overzicht “US rates
1940-1999”
http://www.courtfool.info/US_inflation_1940_1999.htm
Deze percentages tonen niet de extra kosten, die klanten
vaak moeten betalen om hun lening te krijgen, zoals
verzekeringen. Verzekeringen reduceren de risico’s voor de
bankiers, dus trekt hij meer winst uit zijn lening. Dus
zelfs als je dergelijke verzekeringen aan een
verzekeringsmaatschappij betaalt en niet aan je bank, vormen
deze een verborgen vorm van rente.
[8]
Prijs-inflatie leidt tot ontevredenheid van de bevolking.
Daarom gebruiken veel landen een Consumenten prijs Index,
die aangenamere cijfers toont.
http://www.mw.ua/2000/2020/52764
“… the reference value (4.5%) of m3
growth on an annual basis. This reference value for monetary
growth is based on a potential economic growth of 2.0% to
2,5%, an inflation of less than 2.0% in the medium term and
a long-term decline of the velocity of money by 0.5% to
1.0%, per annum.”
http://www.dnb.nl/dnb/home/file/ar03_tcm47-146939.pdf
(pagina verwijderd / niet meer toegankelijk)
“In 2003, the money supply (m3) in the
euro area grew at a rate of 8.0%, well above the official
reference value of 4.5%.”
http://www.dnb.nl/dnb/home/file/ar03_tcm47-146939.pdf
(pagina verwijderd / niet meer toegankelijk)
Onthoud, wanneer politici, ambtenaren of
de centrale bankier over “inflatie” spreken tegen het
publiek, dan bedoelen ze de veranderingen in de Consumenten
prijs Index.
De index is gebaseerd op een jaarlijkse
prijsvergelijking van een mandje producten, dat een
“gemiddeld” huishouden nodig zou hebben. De inhoud verschilt
van land tot land en ook de methode om de index te
berekenen. Het ene land kan de kosten van vooedsel,
brandstof en wonen meerekenen, een ander land kan zulke
kosten erbuiten laten.
http://bigpicture.typepad.com/comments/2005/09/the_history_of_.html
http://www.goldandsilverexchange.info/consumer-price-index.html
Sommige landen publiceren de categorieën
producten die ze in hun mandje hebben, maar de exacte
producten blijven gewoonlijk geheim. Niettemin onthullen
sommige statistiekbureaus enkele trucjes die ze uithalen om
geflatteerde cijfers te verkrijgen. Bij voorbeeld, ze
wijzigen periodiek de inhoud van het mandje. Producten die
te sterk in prijs stijgen worden vervangen door goedkopere.
Of, wanneer de prijs gelijk blijft, maar de kwaliteit
toeneemt, rekenen ze de kwaliteitsstijging als een
prijsverlaging. Op deze manier, voor de computer in het
mandje, rekende het Centrale Bureau voor de Statistiek (NL)
een prijsreductie van 64 procent tussen 1998 en 2003! En
daar gaat de index omlaag!
http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/AB3F1E9D-EFED-4FD9-9393-E59F762D5C9B/0/2007gevoelsinflatieart.pdf
grafiek blz 6
http://www.cbs.nl/en-GB/menu/themas/prijzen/publicaties/artikelen/archief/2005/consumer-price-index-art.htm
De inhoud wordt dus periodiek aangepast.
De rechtvaardiging zou zijn, dat wanneer de prijzen stijgen,
de huishoudens hun aankopen ook aanpassen. En wat betekent
deze politiek voor de index? Wel, omdat het gedefinieerde
huishouden nooit meer uit kan geven dan het verdient, zal de
berekening van de inflatie nooit hoger uit kunnen vallen dan
de inkomensstijging van het gemiddelde huishouden.
In een groot heterogeen gebied, zoals de
eurozone, zullen landen nooit op dezelfde manier geraakt
worden door grote shocks, zoals de financiële crisis. Het is
dan onmogelijk voor de ECB daarop te reageren met een beleid
dat geschikt is voor alle landen. De ECB zal haar beleid op
bepaalde landen af moeten stemmen. Wat geschikt is voor het
ene land, kan in het andere land tot hoge inflatie leiden.
De CPI zal alles doen wat die kan om het zo goed mogelijk te
maskeren.
[9] De
centrale bankier draagt er zorg voor dat de inflatie eeuwig
doorgaat door het bijsturen van de rentevoet.
[10] Het
kantoor van de Europese Centrale bank is in Frankfurt. Dit
is de historische stad van de Rothschilds.
Vertegenwoordigers van de families Rothschild en Morgan
stonden aan de basis van de oprichting van de Federal
reserve in de Verenigde Staten in 1913. (G. Edward Griffin
in “The Creature of Jekyll Island”)
[11]
Eigendom ECB:
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2009:021:0066:0068:EN:PDF
, artikel 2.
[12]
Bijvoorbeeld, de Nederlande centrale bank is De Nederlandse
Bank N.V. (DNB), waar N.V. betekent Naamloze Vennootschap.
Dit is een veelvookomende jurische vorm voor ondernemingen
met een aandelenkapitaal. Deze ondernemingen hebben de
verplichting altijd N.V. bij hun naam te vermelden. In 1929
verleende een speciale wet ontheffing aan De Nederlandse
Bank N.V., zodat ze op hun bankbiljetten de vermelding N.V.
weg mochten laten en zodoende voor het volk verborgen konden
houden dat het Nederlandse geld van een Naamloze
Vennootschap was.
http://www.dnb.nl/binaries/wo0649_tcm46-145952.pdf
The 4 members of DNB’s governing board,
the day-to-day direction, are appointed by the Crown.
http://www.dnb.nl/en/about-dnb/organisation/governing-board/index.jsp
Of the 10 members of the supervisory
board one member is appointed by the government.
http://www.dnb.nl/en/about-dnb/organisation/supervisory-board-and-bank-council/index.jsp
All these members have strong bonds in
the economy.
http://www.dnb.nl/binaries/Raad%20van%20Commissarissen_tcm46-185323.pdf
(in Dutch)
Of the 14 members of the bank council,
one is the member of the supervisory booard who is appointed
by the government. (Nevertheless, he is as independent from
government as all others.)
http://www.dnb.nl/en/about-dnb/organisation/supervisory-board-and-bank-council/index.jsp
Merk op, dat het centrale bankieren hier
draait om macht, invloed en het vergroten van de balans en
over het algemeen niet zozeer over winst maken. Veel
centrale banken dragen de winst af aan de staat.
[13]
Onafhankelijkheid van centrale banken:
http://www.ecb.int/press/key/date/1997/html/sp970513.en.html
[14]
Centrale bankiers hebben de macht over het geldsysteem (en
willen die behouden). Eén reden is, omdat ze wanhopig
inflatie nodig hebben, omdat anders het bedriegelijke
geldsysteem niet kan werken. Zoals uitgelegd, zouden banken
zonder inflatie snel failliet gaan. Dus willen centrale
bankiers volledige controle over de rentevoet. Echter, voor
de buitenwereld pretenderen ze dat zij die controle moeten
uitoefenen, omdat regeringen niet in staat zouden zijn een
consistente politiek op de lange termijn te volgen. Ze
refereren daarbij aan een negatieve ervaring waarbij een
regering buitensporige inflatie had veroorzaakt. Centrale
bankiers zouden verantwoordelijker zijn (!) en daarom de
volledige controle over het geldsysteem moeten hebben zonder
enige interferentie van de regering. Hier een voorbeeld van
hoe ze de zaken presenteren:
Alexandre Lamfalussy, President of the
European Monetary Institute, at the Oesterreichische
Nationalbank, Vienna, 13 May 1997
“Modern economic theory emphasises the
inflationary bias in economic policy, which relates in
particular to the so-called time-inconsistency issue, i.e.
the problem of convincing the public that the monetary
authorities will resist the temptation to stimulate output
growth in the short run by creating "surprise inflation".
Against the backdrop of negative past experience, the public
is unlikely to have much faith in the authorities' promises
to maintain low inflation. Unless these promises are
underpinned by a credible form of pre-commitment, the
equilibrium inflation rate will be higher than needed, with
no better performance in terms of output and possibly even a
deterioration. As a solution to this problem, it has been
suggested that responsibility for monetary policy be
separated from political control and to enshrine this in
legislation. According to this view, central banks should be
given the freedom to formulate and execute monetary policy
in line with their primary objective as determined by the
legislator, to whom they are accountable. Accountability may
involve either a legal obligation for the central bank to
give reckoning for the conduct of monetary policy or a
commitment to explain its actions, for example, in regular
reports and to parliament. This allows central banks to take
a medium-term orientation and not to be distracted by
short-term political motives, an approach which benefits the
credibility, transparency and efficiency of monetary
policy.”
http://www.ecb.int/press/key/date/1997/html/sp970513.en.html
[15]
Pierre Werner was a banker in Luxembourg and a very
influential person. In 1944 had attended the Bretton Woods
Conference that set up International Bank for Reconstruction
and Development (IBRD), the International Monetary Fund
(IMF) and the General Agreement on Tariffs and Trade (GATT).
In 1970 he was also Minister of Finance and Prime Minister
of Luxembourg. On top of that, in 1969, he had presided
EEC’s Council.
http://www.terra.es/personal2/monolith/eu.htm
[16]
John Perkins in an interview on Talkstick TV (link here
below)
"The fact of the matter is our job was to
convince other countries to take very large loans [given by
the World Bank]... Let's say a billion dollars to Ecuador to
build big infrastructure projects: power plants, ... ports,
highways, industrial parks. Things that didn't benefit
anybody except the very wealthy people in those countries
who were quite corrupt, and we corrupted them... 90% of that
billion dollars would come back to the United States to pay
for Halliburton, Bechtel, these types of companies to build
the infrastructure.
Then the country would be stuck with this huge debt, which
over time would continue to be refinanced and get larger and
larger and larger. So that in fact today Ecuador owes more
than 50% of its national budget just to pay down its debt
service which means there's very little money left to pay
for education and health services for the poor people who
are the ones who suffer from these projects. It was their
rivers that were destroyed when we built these
hydro-electric plants, it was their land that was
destroyed...
Now they're saddled with this incredible debt that they
can't possibly pay. And so we go in and demand our pound of
flesh, very much like the mafia... We need Ecuador's oil...
We tell Ecuador, 'Since you can't pay off your loans, what
you need to do is to turn over your Amazon to our oil
companies... What it is all about is building empire. We've
done this in every country around the world that has
resources that we covet, often this is oil in places like
Indonesia, Nigeria, Ecuador, Venezuela, and. Colombia. But
sometimes its other resources, for example in Panama it was
the Panama Canal. "
YouTube:
http://www.youtube.com/watch?v=yTbdnNgqfs8
Joseph E. Stiglitz, in an interview in
2001:
"As the chief economist at the World Bank
from 1997 to 2000, I have seen firsthand the dark side of
globalization; ... how so-called structural-adjustment loans
to some of the poorest countries in the world 'restructured'
those countries' economies so as to eliminate jobs, but did
not provide the means of creating new ones, leading to
widespread unemployment and cuts in basic services..”
http://secret-of-life.org/the-World-Bank-and-IMF
Zie ook: THE IMF AND IRELAND: WHAT WE CAN
LEARN FROM THE GLOBAL SOUTH
http://www.dublinopinion.com/downloads/Afri_Report_on_EU_IMF_Loan_Deal.pdf
[17]
David C. Korten, in “One World--One World Government Bretton
Woods or The United Nations?”
“It was all so simple. The World Bank
trained cadres of young economists, teaching them to believe
that rapid development depends on foreign borrowing to
supplement investment based on domestic savings. Few seemed
to notice the obvious -- that when you borrow abroad you are
borrowing foreign money that is only useful to buy foreign
products, thus increasing your economy's dependence on
imports. You are also building up foreign debts that can
only be repaid by exporting ever more of your domestic
resources and production. Almost inevitably you end up at
the mercy of foreign lenders -- like the World Bank.”
http://www.ratical.com/co-globalize/ifg041400DK.html
[18] De
Basel Accoorden
http://www.parl.gc.ca/information/library/PRBpubs/prb0596-e.htm
[19] NRC
Handelsblad, 11 februari 2010
VVD-Kamerlid Frans Weekers zei dat
Griekenland de problemen volledig aan zichzelf te wijten
heeft. Volgens hem hebben de Grieken de Europese Unie
„jarenlang belazerd en bedonderd" met verkeerde cijfers over
de financiële positie. „Dit is de straf van de markt voor
Griekenland", aldus Weekers.
http://vorige.nrc.nl/economie/article2481429.ece/Kamer_Geen_Nederlandse_steun_aan_Griekenland
Well, als Weekers de moeite had genomen
zich te informeren, dan had hij hetvolgende kunnen weten:
Nikolaos Salavrakos, Member of the
European Parliament in “
The
Greek Fiscal Crisis: Is there a way Out?”
“In 1974 Greek public debt was just 22.5%
of GNP, and in 1979, when Greece signed its entry in the
EEC, it was 31.7%. This by 1981 was increased to 36.1% and
by 1989 it was 85.3%. The public debt continued to rise and
thus by 1993 it had reached the astonishing level of 110.1%
of GNP. This was slightly reduced to 106.6% in 2001 and to
102.4% by 2003.[2] Thus, even with the official statistics
of the 2000-2003 period, the Greek debt was still high.
However, Greece entered the EMU from January 1st 2001 as its
twelfth member state. It is obvious that everyone (markets,
politicians, EU Commission) knew that a country was becoming
a member of the EMU with a debt above 100% of its GNP.”
http://www.efdgroup.eu/news/99-the-greek-fiscal-crisis-is-there-a-way-out.html
Tot en met 18 december heeft het IMF meer
dan 10 miljard euro aan leningen aan Griekenland verstrekt.
Kennelijk zijn de voorwaarden niet openbaar gemaakt.
[20] C.
van Ewijk & L.J.R. Scholtens in “Geld, Financiële Markten &
Financiële Instellingen” Zie item “Geld vermenigvuldiging”
3 Januari 2011
Laatst gewijzigd: 23 januari 2011
(titel. Oorspronkelijke titel: Uit de euro.)
De auteur is
bereikbaar via
www.courtfool.info .
Als u wenst, kunt u
het artikel kopiëren, doorsturen of publiceren in kranten of
op het internet.
Zouden meer mensen dit artikel moeten lezen?
Op het internet hebben de lezers de macht! Zij bepalen welke informatie de wereld rond gaat!
U bent zich er misschien niet van bewust, maar als elke lezer een link stuurt naar 3 geïnteresseerde personen,
dan zijn er maar 20 stappen nodig om 3,486,784,401 mensen te bereiken! Wil je dat zien gebeuren?
Gebruik je macht!
3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x
3 x 3 x 3 x 3 x 3 = 3,486,784,401
Als u de volgende publikatie niet wilt missen, klik dan hier:
Ik ontvang graag een berichtje zodra een nieuw artikel in het Nederlands verschijnt.
NB: SPAMFIGHTER ziet mijn berichten vaak als SPAM. SPAMFIGHTER als politiek wapen?
Nee, het is slechts het gevolg van niet goed doordachte uitgangspunten van het programma.
Als u zich inschrijft om op de hoogte te blijven, check dan regelmatig uw spamfolder. En als u
daarin berichten van mij vindt, klik dan s.v.p. op UNBLOCK. Bij voorbaat dank.
- Rudo de Ruijter